logo-aikido-maastricht-nov2014

 

 

Welkom bij
Aikido Maastricht

For the English version click here

How do we see Aikido?

Aikido Maastricht bestaat al meer dan 20 jaar. Ons adres is: De Duitse Poort 13a in Maastricht.

Onze dojo is een plek waar aikido geoefend, bestudeerd en ontwikkeld wordt.
Er worden de traditionele aikidotechnieken beoefend. De nadruk ligt echter op het beoefenen van de aikidoprincipes en het toepassen van deze principes in je dagelijkse leven. Het anders omgaan met conflict en weerstand, maar ook het leren "zijn" in het hier-en-nu zonder te oordelen.

Ons inzicht in de krijgskunst aikido is niet statisch en is in de loop der tijd veranderd. Lees meer hierover.

Aikido dans of krijgskunst

aikido da of kr

Zolang de voorraad strekt!
Het boekje is te verkrijgen in de dojo.

Prijs 12,50 euro
(excl. verzendkosten)

Inspiratie

Miles Kessler, The evolution of response

Een mooi inspirerend artikel over Aikido in een breder kader is:
The evolution of Response van Miles Kessler

Laatst toegevoegde artikelen:

Het belang van wapens in aikido
De gelegenheid maakt de dief

De gelegenheid maakt de dief

Nishio sensei vertelde tijdens een interview in 1984 met Aiki News een verhaal over Koichi Tohei. Tohei is een van de bekendste figuren in de aikidowereld. Hij introduceerde aikido in 1953 in Hawaï en was daarin zeer succesvol. Dankzij zijn inspanningen kwamen er vele aikidodojo’s van de grond met duizenden studenten, veelal met een judo- en kendo-achtergrond. Na een verblijf van een jaar keerde hij terug naar Japan waar hij door de uchideshi en studenten van de Aikikai Hombu Dojo als een held werd gezien. Uiteindelijk ontving hij als eerste in aikido de tiende dan.

Bij zijn terugkeer uit Hawaï na zijn eerste verblijf had hij een leren jas bij zich; een jas met franjes zoals je die in Westerns ziet. In die tijd waren dat soort jassen niet in Japan te krijgen. Het was zelfs onmogelijk aan leren schoenen te komen. Die jas werd vakkundig gestolen. Het was net gebeurd toen ik bij de dojo arriveerde voor mijn training. Alle uchideshi, waaronder Noguchi, Genta Okumura en Sunadomari, zaten in seiza en ik hoorde Tohei schreeuwen.
Plots verscheen osensei. ‘Wat is er aan de hand?’vroeg hij. Sunadomari legde uit wat er gebeurd was.
Osensei antwoordde alleen maar: ‘Oh, hij is gestolen?’
Toen stapte hij de dojo binnen. Hij liep een beetje heen en weer. We vroegen ons af wat hij ervan zou zeggen. Dat werd snel duidelijk.
’Jij bent degene die het te verwijten valt, Tohei’, zei hij. Zonder verder commentaar verdween hij weer.
Tohei bleef een tijdlang zwijgend zitten. Daarna verliet ook hij de dojo. Iedereen was opgelucht en de training kon dan toch beginnen.
Na de les kwam ik osensei tegen. Ik vroeg hem waarom het Tohei’s schuld was dat de jas gestolen was.
‘Begrijp je dat niet?’ vroeg hij. Budoka’s moeten over een andere geest beschikken. Men moet niet pronken met dingen die een ander graag zou hebben. Je kunt pronken met dingen die je kunt weggeven, anders niet. De arme man. Hij nam de jas weg omdat hij hem graag wilde hebben. Maar door hem weg te pakken werd hij een dief. Het is niet erg dat de jas werd gestolen, wat erg is dat de man een dief werd. Stelen is slecht, maar de man wiens jas werd gestolen beging de eerste zonde. Hij creëerde de gelegenheid voor een opening (suki) in de man. Dat is slecht voor een budoka.’
Ik was zeer verbaasd over zijn standpunt, maar ik leerde erdoor de diepte van aikido.

Osensei verweet Tohei niet alleen dat deze op zo’n uitdagende wijze met zijn flitsende jas liep te pronken, maar ook dat hij, als krijgskunstenaar, niet had voorkomen dat de diefstal gebeurde.
Interessant aan deze anekdote is dat de reactie van osensei zijn perspectief als krijgsman blootlegt. Vanwege zijn religieuze inzichten waren veel van osenseis lessen verpakt in op het Shintoïsme gebaseerde beelden. Deze werden door de moderne Japanner niet begrepen. Dat gold ook voor zijn leerlingen. Ze konden hem niet of nauwelijks volgen tijdens zijn frequent voorkomende uiteenzettingen en stopten ernaar te luisteren. De les uit de anekdote daarentegen is voor iedereen gemakkelijk te begrijpen.
Tohei was een jonge zeer getalenteerde leraar die op handen gedragen werd door zowel beginners als zijn aikidogelijken vanwege datgene wat hij bereikt had in Amerika, de overwinnaar van de tweede wereldoorlog. Met zijn technische bekwaamheid en zijn onderwijskwaliteiten had hij de krijgsgemeenschap van Hawaï in betovering gebracht en gedomineerd. Tot die gemeenschap behoorden ook vele sterke krijgers die boven hem uit torenden. In dit licht bezien is het begrijpelijk dat hij naast zijn schoenen liep.
Als we het bekijken vanuit het standpunt van een krijgsman komen een aantal interessante kwesties naar voren. Er is het punt van gebrek aan alertheid bij het slachtoffer van de diefstal. Immers hij liet een waardevol en gewild object achter op een plaats waar het gestolen kon worden. Een ander punt gaat over het begrip van gehechtheid. Juist omdat Tohei zo gehecht was aan zijn jas vanwege zeldzaamheid en hoge kosten, was het verlies extra pijnlijk. Een dergelijke gehechtheid beïnvloedt het beoordelingsvermogen van een budoka.
Op een subtieler niveau suggereert het antwoord van osensei dat budoka zich uitermate bewust moeten zijn van hun omgeving. Ze moeten de sociale, economische en politieke situatie waarin ze zich bevinden begrijpen. Ze moeten potentieel gevaar voor personen en eigendom kunnen aanvoelen en hun plannen daarnaar richten.
Kortom, budoka zouden zich de in de dojo geleerde lessen moeten eigen maken, zodat ze deze in het dagelijkse leven kunnen toepassen. Kunnen ze dat niet of niet altijd dan geven ze zich bloot en zijn ze kwetsbaar. Als iemand zich blootgeeft - een zwakke plek laat zien – heet dat in het Japans ‘suki’.
Dan is er nog het filosofische niveau. Uit de les van osensei komt de verantwoordelijkheid naar voren voor de gevolgen van onze acties of van onze niet-acties voor de mensen om ons heen. De grondlegger van aikido beschouwde alle mensen als deel van een wereldfamilie en in het bezit van een goddelijke natuur. We kunnen misschien niet direct het gedrag van anderen beheersen, we kunnen wel een goede (én slechte) invloed uitoefenen, wat afhangt van de mate van ons bewustzijn en ons morele karakter …

Door Stanley Pranin
Het hele artikel (in het Engels) kun je vinden op:http://www.aikidojournal.com/article?articleID=695

Vertaling Wim Heijnen, 6 juni 2009

Het belang van wapens in aikido

Aikidotechnieken zijn een afgeleide van technieken die gebruikt werden door de samoerai, die tot de tanden toe gewapend tegenover elkaar stonden op het strijdtoneel. Dit betekent niet dat de technieken niet zouden kunnen worden toegepast in een ongewapende situatie, maar de afspraken over beweging en houdingen gaan ervan uit dat er wapens in het spel zijn.
De hele logica achter de aanvalsvormen die we in aikido gebruiken zijn afgeleid van een systeem dat veronderstelt dat beide partners gewapend zijn en dat er waarschijnlijk meerdere aanvallers zijn. Er is bijvoorbeeld veel nadruk op grepen om te voorkomen dat het zwaard getrokken kan worden. Daarnaast worden klemmen toegepast die feitelijk de aanval slechts tijdelijk neutraliseren (waardoor men met een tweede wapen de aanvaller kan uitschakelen). Het ontbreken van grondgevechten kan hiermee ook verklaard worden (goed om af te rekenen met één aanvaller, maar desastreus als je omringt bent door aanvallers).
In 1930 adopteerde Osensei Nakakura Kiyoshi en wees hem aan als zijn opvolger. Nakakura sensei was een van de giganten van het moderne kendo. Toen Osensei werd gevraagd waarom hij zijn oog had laten vallen op Nakakura, antwoordde Osensei dat kendo meer raakvlakken had met aikido dan met judo (veel leerlingen van Osensei hadden een judoverleden, red.). Ik vraag me af hoeveel aikidostudenten hetzelfde zouden zeggen.
Als we kijken naar het onderzoek van de grondlegger om zijn aikido te ontwikkelen, zien we dat hij na de beginjaren zijn aandacht steeds meer verlegde naar de wapens. Bijna zijn hele training in wapenloze technieken in jiu-jutsu en aiki jujutsu vond in het begin van zijn carrière plaats. Terwijl hij zijn kunst verder ontwikkelde onderzocht hij andere wapensystemen. Hij trainde met de yari (speer), juken (bajonet) en de ken (zwaard). We weten dat hij de technieken van de Kashima Ryu kenjutsu (een zwaardvechtschool) heeft geleerd. Zonder er ooit een diploma in te halen heeft hij de technieken gebruikt in een aikidocontext.
Saotome sensei vertelde dat wanneer hij Osensei om uitleg vroeg omtrent een techniek, hij meestal naar zijn boken greep en vanuit een zwaardtechniek demonstreerde wat hij bedoelde. Toch zien we dat in veel dojo’s de wapens helemaal afwezig zijn of slechts zijdelings aan bod komen. Als je kijkt naar de uchi deshi van de grondlegger, dan springen degenen eruit die intensief met wapens hebben getraind. Shirata, Hikitsuchi en Mochizuki. Allemaal senseis met een zwaardachtergrond en die wisten hoe ze met een wapen moesten omgaan. Tohei sensei had een uitgebreide jo-training achter de rug. En natuurlijk was er Saito sensei die meer dan wie ook het wapenwerk van Osensei heeft gesystematiseerd en die bekend stond om zijn nadruk op de wapentraining. Van de naoorlogse deshi kan men de gevolgen zien van intensieve zwaardtraining in het aikido van Saotome, Imaizumi, Chiba, Tanemura, Nishio, Kanai enzovoorts. Als je de technieken vergelijkt van de uchi deshi met een significante wapentraining en die zonder, ziet men in het algemeen duidelijk dat de eersten (met een wapenachtergrond ) scherper en preciezer bewegen dan de laatsten.

Een fragment uit een artikel van George S. Ledyard

Voor het hele artikel: http://www.aikiweb.com/columns/gledyard/2005_09.html

Vertaling: Wim Heijnen, 27 september 2005

Ki weer terug in aikido

Naar een artikel van Mike Sigman

De systematisering van kennis over ki (ch’i, qi, prana etc.) in veel traditionele Aziatische krijgskunsten is in wezen hetzelfde. Dat is ook logisch gezien de eeuwenlange verspreiding van deze krijgskunsten in Azië. Overal neemt ki een centrale rol in; in aikido zelfs letterlijk. Toch is bij veel beoefenaars van krijgskunsten het ki-deel slecht ontwikkeld. Bij veel stijlen wordt ervan uitgegaan dat als je maar voldoende traint ki vanzelf komt bovendrijven. Zo eenvoudig is dat echter niet.

Het is ondoenlijk een precieze omschrijving van ki te geven. In aikido vertalen we het woord meestal met ‘(levens)energie’. Ki ervaren of de kracht ervan zien is wel mogelijk tijdens speciale ki-demonstraties. Het is echter moeilijk het verband te leggen tussen deze demonstraties en de ‘normale’ krijgskunstbeoefening. Toch gaat het hierbij om dezelfde toepassing van ki.
Mijn ervaring is dat we in aikido vooral bezig zijn met de fysieke techniek en de daarmee samenhangende subtiliteiten zoals samenvloeiing, niet met de ontwikkeling van ki. Als we ons binnen aikido meer willen richten op de ontwikkeling van ki is er een probleem. We willen graag aikido blijven beoefenen zoals we het kennen en ondertussen werken aan de ontwikkeling van het ki-deel binnen aikido. Met andere woorden we willen iets toevoegen aan het ons bekende aikido.
Dit werkt echter niet zo. Het gaat om veel meer dan enkel een paar spieren op een andere manier gebruiken. Het gaat om een andere manier van bewegen, van duwen, van toepassen van kracht.
Koichi Tohei heeft als eerste binnen aikido expliciet de ki-benadering geïntroduceerd waarbij de algemene these van ontspanning centraal staat. Ik ben de methode van Tohei in de loop der tijd steeds meer gaan waarderen. Ik wil wel een kanttekening bij het didactische deel: Tohei probeert uit te leggen hoe je iets moet doen, zonder al te veel prijs te geven.
De kern achter Tohei’s inzichten is dat de aarde de bron is van de naar boven en naar buiten gerichte lichaamsenergie (-kracht), en het lichaamsgewicht de bron van de naar beneden gerichte energie. Het startpunt van de energie of kracht is dus óf het stabiele onderlichaam dat verbonden is met de aarde, óf het gewicht van het lichaam. De rest van het lichaam moet getraind worden om deze kracht over te brengen en om zelf geen kracht te ontwikkelen.
Alleen via een mentale omslag kunnen we de geaardheid (gronding) en het lichaamsgewicht leren gebruiken als inzettende, startende kracht. We moeten onze aandacht richten op een andere bron van kracht en we moeten leren ontspannen, zodat het bovenlichaam alleen de inkomende en uitgaande krachten overbrengt. Overbrengen van kracht, niet initiëren, is de sleutel tot ontspannen.
Het probleem is dat je een totaal nieuwe manier van bewegen moet leren. Je moet je kracht niet uit de schouder, arm, kortom uit de ‘normale’ lichaamskracht halen. Het gaat hier niet om een parttimebeweging die je alleen tijdens de aikidobeoefening toepast. Het gaat om een totaal andere manier van bewegen.

Tohei gebruikt de visualisatie van ‘concentratie op Een punt’ (in de onderbuik), die vaag suggereert dat het ene punt de bron is van de initiële kracht. Zijn ki-testen hebben kans van slagen wanneer je je aandacht kunt verleggen naar dit ene punt, in plaats van naar bijvoorbeeld je hoofd of schouders. Tohei gebruikt de geest om de krachtenbron aan te spreken. De geest bepaalt het gebruik van de bronnen, niet de lichaamshouding of -vorm.
In het aikidocurriculum zijn alle oefeningen om ki-kracht te ontwikkelen aanwezig. Vaak ontbreekt het echter aan kennis en vaardigheid om deze oefeningen op de juiste wijze uit te voeren. Soms wil men niet te veel aandacht aan ki besteden uit angst dat het ten koste gaat van de effectiviteit.
Het punt is dat de effectiviteit van aikido aanzienlijk vermindert zonder ki-kracht (ook kokyu-kracht genoemd). Voordat je gaat proberen iets aan aikido toe te voegen (om de kunst effectiever te maken), is het beter je eerst de volledige kracht van aikido eigen te maken en dan pas te kijken naar wat er ontbreekt.
‘Als je onvolledig aikido beoefent en dan klaagt over de incompleetheid, doe je aikido onrecht.’

Wim Heijnen, 14 november 2007

Naar Mike Sigman
Aikido Journal — 26 -28 september 2007

Irimi

Het concept ‘irimi’ wordt vaak vertaald met ‘stap opzij en ga naar voren’. Dit is echter een misvatting die waarschijnlijk de oorzaak is van vaak voorkomende technische gebreken in aikido.
‘Opzij stappen’, tenminste zoals ik het de meeste mensen zie uitvoeren, is een reactie op een aanval die men wil ontwijken. Daarna volgt de tegenaanval.
In Japan noemt men een tegenaanval dikwijls ‘go no sen’. Dit betekent echter meer dan alleen een reactie op het initiatief van een ander. In ‘go no sen’ neem je het initiatief over van de ander, waarna je hem bedwingt. Wanneer bijvoorbeeld iemand in een gesprek zijn stem verheft en je midden in zijn tirade je hand opsteekt en zegt: ‘Geen woord meer. Zwijg.’ En hij is stil.
Vergelijk het met een discussie waarin je een argument inbrengt: ‘Je toon staat me niet aan; je verhaal klopt niet.’ En de aangesprokene geeft een weerwoord, waarop ik weer antwoord enzovoort. Dit is een voorbeeld actie-reactie, dus niet van ’go no sen’. Go no sen is dominant – een slag, een leven.
Dit zien we ook terug in kenjutsu (zwaardvechten). Als de vijand een slag geeft met zijn zwaard, dan doe ik dat ook. Niet langs hetzelfde pad, maar op hetzelfde pad. Twee objecten kunnen niet dezelfde ruimte innemen. Ik, met mijn grotere bekwaamheid, snelheid enzovoort, neem die plaats in. De vijand is schijnbaar afgeleid, maar hij is niet weggeslagen. Hij wordt simpelweg niet toegestaan om die ruimte in te nemen. Vaak is hierbij geen sprake van tai sabaki (lichaamsbeweging, opzij gaan). Als daar al sprake van is dan is het gelijktijdig met de inkomende beweging – niet eerst het een, dan het ander. Tai sabaki is geen onderdeel van irimi. Het kan er wel een uitbreiding van zijn.
In aikido is irimi niet anders. Het gaat om het innemen van ruimte. Dit is overigens ook de essentie van atemi (stoten, slagen). Bij atemi gebruiken we het lichaam (in het bijzonder de ledematen) om de ruimte in te nemen zodat die niet meer aanwezig is voor de tegenstander. Soms stappen we opzij, soms over de lijn heen en soms wijken we helemaal niet uit...
Aikidotechnieken – waaraan we zoveel tijd besteden, en die vaak door mensen die aikido willen aanvullen met een beetje boxen en een beetje judo – zijn het gevolg, niet de essentie van aikido. Eigenlijk is het zo dat de techniek in onze handen valt, nadat het aikidodeel achter de rug is.

Fragmenten uit een artikel van Ellis Amdur

Vertaling: Wim Heijnen
Uit: Aikido Journal, 2 april 2005