logo-aikido-maastricht-nov2014

 

 

Welkom bij
Aikido Maastricht

For the English version click here

How do we see Aikido?

Aikido Maastricht bestaat al meer dan 20 jaar. Ons adres is: De Duitse Poort 13a in Maastricht.

Onze dojo is een plek waar aikido geoefend, bestudeerd en ontwikkeld wordt.
Er worden de traditionele aikidotechnieken beoefend. De nadruk ligt echter op het beoefenen van de aikidoprincipes en het toepassen van deze principes in je dagelijkse leven. Het anders omgaan met conflict en weerstand, maar ook het leren "zijn" in het hier-en-nu zonder te oordelen.

Ons inzicht in de krijgskunst aikido is niet statisch en is in de loop der tijd veranderd. Lees meer hierover.

Aikido dans of krijgskunst

aikido da of kr

Zolang de voorraad strekt!
Het boekje is te verkrijgen in de dojo.

Prijs 12,50 euro
(excl. verzendkosten)

Inspiratie

Miles Kessler, The evolution of response

Een mooi inspirerend artikel over Aikido in een breder kader is:
The evolution of Response van Miles Kessler

Laatst toegevoegde artikelen:

Het belang van wapens in aikido
De gelegenheid maakt de dief

Robert Nadeau Shihan (1937- )

Robert NadeauRobert Nadeau met Osensei

Robert Nadeau Shihan (1937- )

Krachtig gebouwd, zijn hoofd bedekt met een dikke laag grijzende krullen. Robert Nadeau straalt het vertrouwen uit van een bekwaam krijgskunstenaar en beweegt met de gratie van een kat. Nadat hij enkele jaren als politieman had gewerkt reisde hij af naar Japan en trainde in de zestiger jaren in de Hombu-dojo. Als uitgever van een Engelstalige krant gewijd aan aikido, interviewde hij de grondlegger een aantal keren, en voerde hij vaak meer informele gesprekken met hem. Nadeau was gefascineerd en geïnspireerd door de universele patronen en krachten die hij zag in de lessen van Ueshiba. In het volgende interview licht hij enkele van deze patronen en krachten toe, speciaal het patroon dat bekend is onder de naam ‘Peter Principle’ en de twee primaire krachten die ons leven beheersen: jin/jang, mannelijk vrouwelijk. Hij praat ook over een belangrijk probleem dat inherent is aan de verspreiding van een niet competitieve kunst als aikido: niet gekwalificeerde docenten.
Hij werd bekend in de jaren zeventig met de publicatie van een boek van George Leanard ‘The ultimate athlete’, waarin Leonard een beschrijving geeft van de innovatieve stijl van lesgeven van Nadeau. Nadeau is de exponent van de energiekant van aikido en is een van de pioniers in de streek van San Francisco Bay wat betreft het energiewerk, waarmee het Essalen Instituut beroemd werd. Hij is ook geïnteresseerd in de vraag hoe je aikido buiten de mat kunt toepassen, zodat ook kunstenaars van buiten de krijgskunsten kunnen profiteren van zijn lessen. Hoewel hij judo en karate heeft beoefend en een zesde (inmiddels zevende) dan heeft in aikido, de hoogste rang in Amerika, ziet Nadeau zichzelf liever als spiritueel wetenschapper dan als krijgskunstenaar …

Ik was bij de politie in Redwood City toen ik met aikido begon bij Robert Tann in Zuid San Francisco. Dat moet rond 1960 zijn geweest. Voor die tijd was ik reservist bij de mariniers. ‘Semper fe’ (Afkorting voor Semper fidelis: altijd trouw) ligt voor op mijn lippen. Maar ik had andere dingen te doen. Daarom werd ik geen beroeps, hoewel ik het op zich wel zag zitten.
Ik heb krijgskunsten beoefend vanaf mijn vijftiende. Ik ben begonnen met judo. Ik heb kennis gemaakt met veel krijgskunsten, waaronder kempo karate en ik heb lesgegeven in ongewapend gevecht aan de politie en de mariniers. Ik was toen eigenlijk nog maar een kind.
Een vriend uit Azië vertelde mij over het bestaan van aikido. Ik had er nog nooit van gehoord en omdat ik geïnteresseerd was in alle krijgskunsten, probeerde ik erachter te komen wat deze krijgskunst inhield. Dat was moeilijk want er was toen nauwelijks iets over geschreven. In die tijd ging ik naar San Francisco om er verschillende scholen – vooral judoscholen – uit te proberen. Op een dag zag ik een advertentie over aikidoboeken die werden verkocht in een judoschool. Ik ging er naartoe en zag daar Bob Tann die net terug was van Hawaii, en aikidoles gaf. Het raakte me.
Thuis sprak ik erover met mijn trainingspartners en gezamenlijk gingen we ernaartoe. Tann kwam naar ons toe en we raakten met hem in gesprek. Zodra hij iets zei over harmonie van geest en lichaam was ik geïnteresseerd, want ik was daar zelf ook mee bezig. Ik wist dat er een relatie was tussen geest en fysieke actie. En hier praatten ze erover! Ik begon met aikido en tezelfdertijd bleef ik ook de andere krijgskunsten beoefenen …
Ik was geboren met een belangstelling in geest-lichaamoefeningen. Veel van die oefeningen had ik zelf ontwikkeld. Maar ik was niet dom. Ik wist dat een leraar me een hoop tijd kon besparen, iemand die je de weg kon wijzen. Uiteindelijk vond ik iemand die meditatieles kon geven. Het was Walt Baptiste, een heer die ik een Amerikaanse yogi zou noemen...
Ik had zelf verschillende vormen van meditatie uitgeprobeerd, soms vreemde dingen. Ik staarde naar kaarslicht, kijken hoelang ik dat vol kon houden. Ik mediteerde op een stormachtige winternacht buiten in mijn korte broek om te kijken hoelang ik het vol kon houden. Ik verzon van allerlei dingen. Ik ging op zoek naar boeken, maar in die tijd was er niet veel op dat gebied gepubliceerd, behalve enkele vreemde boeken zoals dat van Madame Blavatsky. Ik ging naar een aantal sessies van haar met haar volgelingen. Maar het waren allemaal oude mensen van in de zestig en ik was twintig.
Walt Baptiste hield in die tijd meditatiesessies van zes weken. Het was een goede basis-meditatiestijl. Ik leerde er een uur achter elkaar gewoon te zitten zonder me af te laten leiden. Ik begon me te realiseren dat er energieën in mijn lichaam waren en dat ik die ook kon oefenen. Ik werd me bewust van de meer spirituele, liefhebbende aspecten, terwijl ik me tegelijkertijd bekwaamde in krijgskunsten – oefenen om te doden – dus ik vroeg me af waar meditatie en krijgskunsten elkaar ontmoeten. Daarom trok aikido mijn aandacht zodra ik erover hoorde, voor mij was het een natuurlijke weg om te bewandelen.
Hoe dan ook, ik wilde weg bij de politie, ik wilde weg uit de stad om me alleen maar te concentreren op trainen – fysiek, mentaal en spiritueel. Daarom wilde ik naar Japan. Niet op zoek naar een guru, want in die tijd had ik al heel wat meditatietijd erop zitten. Ik had voor mezelf een idee waar ik het antwoord kon vinden. Ik moest weg om me te kunnen concentreren. De wereld van de politie is een vreemde wereld waarin je helemaal opgaat, en zelfs nadat ik politieman af was, trok ik nog steeds met andere agenten op. Daarom moest ik de stad uit. Ik besloot naar Japan te gaan om er alle kunsten te bestuderen die ik tot nog toe had beoefend – judo, karate, aikido en wat er zich nog meer zou aandienen. Dat was in 1962. Ik had toen minstens een jaar getraind bij Tann.
In Japan begon ik met aikido en judo en karate. Aikido beoefende ik in de Hombu Dojo. In de Kodokan en een of andere universiteit trainde ik judo. Ik beoefende karate bij de Japanse Karate Vereniging. Heel snel kwam ik erachter dat judo niet meer in mijn programma leek te passen, hoewel ik het al meer dan tien jaar beoefende. Na een tijd deed zich hetzelfde voor met karate. De nadruk kwam steeds meer te liggen bij aikido en uiteindelijk stopte ik met judo en karate.
Mijn eerste verblijf in Japan duurde ongeveer twee jaar. Ik leefde van het geld dat ik gespaard had van mijn baan als agent en gelukkig had ik een zeer begripvolle vrouw die er een baan kreeg als secretaresse. Ik startte met het geven van Engelse les. Na die periode ben ik nog een paar keer naar Japan geweest. Osensei was er vaak. Zijn woning en de dojo waren in hetzelfde gebouw en als hij er was gaf hij in de vroege ochtend les.
Nog voordat ik hem ontmoette wist ik al dat hij iemand was die iets voorstelde. Ik had al over hem gehoord sinds ik met aikido was gestart. Ik had een vriend die een heel goed medium was. Ze had het over osensei gehad, terwijl ze helemaal niets van hem afwist. Ze had het over zijn kracht, zijn hoog spiritueel niveau, dus ik was eigenlijk voorbereid op een ontmoeting met hem. Dus toen ik hem in Japan ontmoette en hem bezig zag, wist ik dat hij van een andere orde was. De manier waarop hij de aanvallers naar de mat dwong was vreemd om te zien. Ik was gewend om te worstelen, om het uit te vechten; hij bewoog met zijn arm en de aanvallers gingen neer. Daaruit maakte ik op dat hij goed was. Ik was competitief ingesteld en wilde hem uitproberen. Op een dag, ik weet niet meer hoeveel maanden er voorbij waren gegaan, was er een les. Alle studenten zaten in seiza en hij keek me aan en zei: ‘Pak mijn arm beet’. Hier had ik al die tijd op zitten wachten. Waarschijnlijk ben ik nooit fitter geweest dan toen. Ik trainde elke dag. Zodra hij me aanwees als uke, stond ik al en schoot als een pijl op hem af. Hij stond recht voor mij, de arm was recht voor mij en plotseling bevond ik me in een rubberachtige wolk waarin ik dieper en dieper zonk en het rubber leek op dat van een rubberband die na ingedrukt te zijn weer in zijn vorm terug springt. En plotseling vloog ik uit deze wolk en ik zag hem vanuit mijn ooghoek – hij stond rechts van mij in plaats van voor mij – ik zag hem vanuit mijn ooghoek, maar ik vloog door de lucht en viel neer. Ik weet dat ik hard neerkwam, want ik sloeg hard af op de mat, en iedereen begon te lachen. Mijn mond stond open, ik was overdonderd. Dit was niet de eerste keer dat ik geworpen werd. Ik was gevloerd door judokampioenen, uitstekende karateka’s en aikidoka’s, maar altijd had je een idee hoe je geworpen was, door kracht, snelheid of schijnbewegingen. Maar hier was iets anders aan de hand. Ik weet niet in wat voor wereld ik terecht was gekomen.
Nadat ik osensei had ontmoet, stelde ik hem nu en dan vragen en ik denk dat hij mijn vragen waardeerde want hij nodigde me uit terug te komen en met hem te praten. Hij reisde heel wat af en soms vroeg hij me hem te vergezellen. Ik luisterde voornamelijk naar wat hij te vertellen had. Nu en dan stelde ik een vraag, in de trant van: ‘Oké, dit is de manier hoe volgens mij het universum in elkaar zit …’en dan antwoordde hij bevestigend of ontkennend. Dan wist ik of ik op het goede spoor zat en dan kon ik erop door gaan. Ik was niet op zoek naar een guru, maar wel naar een goede referentie …
Ik was ook zeer geïnteresseerd in zijn aanpak. Ik had altijd gedacht dat er een relatie bestond tussen meditatie en functioneren … tussen meditatie en het dagelijkse functioneren, maar ik wist niet hoe ik beide bewust samen moest brengen. Ik had het wel al meegemaakt. Als ik gemediteerd had en naar judo ging wist ik dat ik niet dezelfde was, dat ik anders reageerde en dat het me dan goed af ging. Ik wist dat je in body building betere resultaten bereikt als je op een bepaalde manier je aandacht en je geest gebruikt. Maar hoe het precies werkte … En hier was iemand die het gewoon toepaste!
Als mensen mij vragen wat ik van osensei geleerd heb, zeg ik dat hij me leerde dat ik niet gek was. Voordat ik hem ontmoette was ik hier niet zeker van. Ik dacht dat dingen op een bepaalde manier werkten, ik hoopte dat ze op een bepaalde manier werkten, maar ik wist het niet zeker. Dus door hem zijn ding te zien doen, hem erover de bevragen en hem te horen bevestigen wat ik dacht, dat was voor mij een hele opluchting. Ik was niet gek. Let wel, dit gebeurde in een periode voor de zeventiger en tachtiger jaren, voor Maharishi en voor de tijd dat er op elke hoek van de straat een yogaschool was. In die tijd was er geen referentiepunt voor de dingen waarmee ik bezig was. Wat osensei mij gaf had ik op dat moment echt nodig. Ik respecteerde hem enorm en ik hield van hem.
Maar terwijl ik bezig was met mijn aikidotraining en er mijn best voor deed, had ik het idee dat het toch niet echt was wat ik zocht. Dan heb ik het over de technieken op zich. Er was nog iets anders. Maar ik wist niet waar ik dat ontbrekende iets moest zoeken. Ik trainde ijverig de technieken, maar ondertussen hield ik mezelf open voor dat ontbrekende. Omdat ik de andere leraren zag … Ik hoop dat dit niet respectloos klinkt. Ik respecteer die leraren om hun technische bekwaamheid en als mensen. Er zijn prachtige aikidoleraren, maar osensei verkeerde in een heel andere wereld en daarin was ik geïnteresseerd sinds de tijd dat ik van aikido had gehoord. Geen enkele van de andere leraren kon de kloof overbruggen naar het niveau van osensei. Dat is ook niet gemakkelijk. Daarnaast zijn veel mensen er ook niet in geïnteresseerd omdat het gepaard gaat met een verlies van ego op een bepaald moment. Je moet sterven om herboren te worden. Misschien wordt het leven gemakkelijker als je je ego kwijt bent, maar er is geen zekerheid. De kloof overbruggen hoeft je maar een seconde te kosten, maar ook een heel leven. Iedereen is in essentie een spiritueel wezen, maar hoeveel van die spirituele wezens zie je door de straat lopen? Sommige mensen zagen dat als een probleem, dat de leraren van de Hombu Dojo niet zo spiritueel waren als osensei, maar ik geloof dat dit niet zozeer iets met de Hombu Dojo als wel met mensen in het algemeen te maken heeft. Dit probleem bestaat als sinds de eerste mens. We hebben de dromers gehad, en de priesters en de heiligen en altijd streven we ernaar. Het is niet gemakkelijk.
Ik weet dat sommigen zeggen dat osensei niet gemakkelijk te begrijpen was, maar ik geloof niet dat dat osenseis fout was, omdat degenen die geïnteresseerd waren in spirituele zaken hem begrepen, zelfs de mensen uit het westen. Dat betekent niet dat we zijn met Shinto-woorden doorspekte betogen verstonden, maar we begrepen hem. Hij zag in dat veel westerlingen met hetzelfde bezig waren als waarmee hij zich bezighield. Hij heeft dat ook gezegd. Veel van ons waren geïnteresseerd in de ontwikkeling van spirituele bewustwording, maar er waren er veel die niet met dat aspect van aikido bezig waren. Ik zie dus niet in waarom we osensei hiervan de schuld moeten geven, omdat ze er niet echt in geïnteresseerd waren. Beter, ik denk dat ze hun eigen spel speelden. In sommige opzichten was osensei terughoudend omdat hij te maken had met een kracht. Hij vertelde me dat het niet moeilijk was deze kracht te gebruiken. Leer ze niet aan mensen met een slechte kimochi, of zoals we in California zeggen, aan eikels. Daarom was hij voorzichtig. We hadden enkele echte discussies met hem en ik had altijd de indruk dat hij zover mogelijk, alles uitlegde. Ik weet zeker dat wanneer ik meer vragen had gehad, hij ze had beantwoord. Ik denk dat mensen die zeggen dat osensei moeilijk te begrijpen was, mensen zijn die hem om een of andere reden niet wilden begrijpen.
Een verhaal. Er was in een dame die in Japan trainde en die me tijdens een kop koffie vertelde dat ze osensei niet begreep. Ineens kwam toen in me op: zij heeft een bepaalde manier van leven. Ze wil hem niet begrijpen omdat ze bang is dat ze wanneer ze gaat doen wat hij doet, ze haar levensstijl moet veranderen … Ik denk dat er veel mensen rondlopen die hun levensstijl niet willen aanpassen, die hun oude normen en waarden willen behouden. Er zijn zoveel dingen om aan vast te houden. Als je je leven echt wilt veranderen, dan zul je je oude bagage moeten achterlaten.
Ooit zat ik met osensei in een taxi. Ik zei tegen hem: ‘Weet u, ik wil echt uw aikido doen.’ Hij antwoordde: ‘Dat is vreemd. Alle anderen willen hum eigen aikido doen.’
Dat betekent niet dat je precies moet doen wat osensei deed. Als je een wilt worden met het universum of god of wat dan ook, moet je dat doen vanuit je eigen persoon. Ik heb geen witte baard en ik ben niet geboren in zuiden van Japan in 18-zoveel. Je moet je eigen weg volgen, niet die van iemand anders. Maar je kunt de wetten begrijpen waarmee iemand anders werkt en ze dan vertalen naar jezelf. Daarom heb ik osensei ook niet bestookt met allerlei vragen. Ik wist dat dit nutteloos zou zijn. Ik zou informatie hebben gekregen, maar ik wist dat ik het zelf moest doen. Zo nu en dan kreeg ik een beetje bijsturing, en natuurlijk ik kreeg een idee van hoe hij er tegenaan keek. Maar uiteindelijk moet je het zelf doen …
Hierover bestaat veel verwarring. Als je een bepaald patroon probeert duidelijk te maken, wordt dat vaak verkeerd begrepen. Men zegt dan: ‘Dat is jouw patroon’, maar vaak is het dat niet. Het gaat dan om een basispatroon. Er zijn veel benaderingen. Sommigen kunnen oefenen met ademhaling, anderen met zingen, weer anderen met het centrum als uitgangspunt of met kwaliteiten als liefde, balans, harmonie of met beelden van licht, goud of puur. Deze kwaliteiten zijn allemaal evenveel waard. Ze bevinden zich allemaal op dezelfde plaats en ruimte die een bepaalde graad van zuiverheid heeft, een geluid. Diezelfde plaats heeft een centrum, diezelfde ruimte zal zich kenbaar maken via beelden. Je vertelt niet aan iemand hoe die hij die ruimte kan betreden, via zang of wat dan ook. Osensei werkte ook met patronen, hij deed niets anders. Hij praatte altijd over centrum, over vuur/water, vorm/cirkel, cirkel/vierkant/driehoek – Izanagi/Izanami. Hij legde het altijd uit, altijd. Nu was het aan hen, als ze erin geïnteresseerd waren, om te onderzoeken wat het voor hun eigen systeem betekende.
Wat betreft de ontwikkelingen van aikido na de dood van osensei. Het is wat er met alles gebeurt. Iemand kan iets uitleggen en de mensen doen er vervolgens mee wat ze willen. Er was Christus en toen christendom. Er was Boeddha en toen boeddhisme. We doen vreemde dingen nadat de groten ons verlaten, soms goede, soms minder goede dingen. We kunnen niet anders dan te aanvaarden dat veel mensen er baat bij gehad hebben en nog hebben. En er zijn altijd mensen die misbruik maken van de Weg die de groten hebben uitgestippeld. Ik zou niet weten wat je daaraan kunt doen, anders dan te laten zien wat je weet.
De laatste keer dat ik terugkeerde uit Japan, was net voordat osensei stierf, rond 1967. Ik had mijn volgende trip naar Japan gepland voor 1969, maar hij stierf en ik ben nooit meer terug gegaan.

Uit: Aikido in America. Ed. John Stone & Ron Meyer. Frog, Ltd. Berkeley, California 1975
Vertaling: Wim Heijnen, september 2009

Freeze, fight or flight

Het menselijk antwoord op stress: freeze, fight or flight
door Jon Law, 3 mei 2010


Originally coined by Harvard physiologist Walter Cannon “fight-or-flight” response, later extended to include freeze, describes the body’s automatic response to perceived threat or danger. A product of evolution this in-built safety mechanism is designed to protect not harm us. For the caveman, threats were best dealt with by freezing, when movement could alert the threat to his presence, by fighting if the odds were in his favour, but if not by fleeing.
For instance, when a caveman’s BBQ bison was on the go and a nearby monolithic bear smelt it, wanted it and came charging into the party uninvited, it’s a fair assumption that running away was the best option. If your survival mechanism wasn’t up to scratch you were bear food. Survival of the fittest ensured the stress response evolved to the marvel that it is. Unfortunately, in today’s society where bear threat is low, social stress and the freeze, fight or flight response are not compatible. Chronic social stress is a killer but acute stress in the form of danger from a potential attacker or impending disaster is not only valid but also highly valuable.
The stress response gives us the strength, power and speed to avoid physical harm to ourselves or significant others when we perceive danger. The sympathetic branch of the autonomic nervous system (the part responsible for subconscious body maintenance) initiates the fight-or-flight response, while the parasympathetic branch returns the body to homeostasis, calming us down and bringing everything back to normal in both emotional and physiological terms.
We perceive threat or danger, real or imagined and the sympathetic nervous system sets off a flood of emotional and physiological activity which enables us to increase power, speed and strength as required. The amygdala, sounds the alarm’ and the hypothalamus notifies all the other systems in the body via the nervous system, while instructing the endocrine system to begin the secretion of powerful hormones, mainly adrenaline and cortisol. These flood into the bloodstream and activate cells to aid the preparation to freeze, fight or flight.
This internal activity results in many complex changes with the purpose to divert resources from unnecessary functions to systems vital in the process of increasing speed, power and strength. These changes include increased heart rate, blood pressure, breathing rate, brain activity and blood flow being redirected to the muscles (vascular shunt) while digestion, the immune system and the reproductive system for example are switched off. We are hardwired to resist threat and be able to protect ourselves from danger. This system is poetry in motion, the stress response is a powerful, useful process which kicks in as reliably as flicking a switch once danger is perceived.
Bron: http://epicmartialartsblog.com/freeze-fight-flight-and-martial-arts-training/

Is osensei echt de grondlegger van het moderne aikido?

Is osensei echt de grondlegger van het moderne aikido?

De auteur van dit artikel Stanley Pranin is hoofdredacteur van Aikido Journal (http://www.aikidojournal.com/). Zoals uit het artikel blijkt, volgt hij de stijl van Morihiro Saito. Voor een goed begrip van het artikel is het nodig te weten dat Saito het langst van alle leerlingen van Ueshiba – van 1945 tot aan diens dood in 1969 – uchideshi (inwonend leerling) is geweest.

Na jarenlang onderzoek en beoefening van de krijgskunst aikido kwam ik tot een hypothese die tegen de conventies inging. De gangbare gedachte was dat talrijke shihan (hoofdinstructeurs) jarenlang zouden hebben gestudeerd aan de zijde van Morihei Ueshiba, de grondlegger van aikido, en dat hun aikido het aikido is van de grondlegger. Mijn theorie was dat het aikido van tegenwoordig niet dezelfde kunst is als het aikido zoals dat werd onderwezen door de grondlegger. Het is veeleer een afgeleide vorm ontwikkeld door studenten die relatief korte perioden hebben getraind bij osensei. Hierdoor zouden de verschillen in stijlen te verklaren zijn, het relatief beperkte aantal technieken die onderwezen worden en de afwezigheid van het religieuze perspectief van de Omoto-religie. Mijn hypothese was niet bedoeld als kritiek op de moderne vormen van aikido, maar meer een observatie gebaseerd op historisch onderzoek die tegen de gangbare opinie inging. Toen ik me in 1977 permanent in Japan vestigde, besloot ik in Iwama te gaan trainen bij Mirohiro Saito. Als ik achteraf kijk waarom ik juist hem uitkoos als leraar, kan ik zeggen dat ik aangetrokken was door de nadruk op stevigheid en precisie van de techniek en door de opname van de aiki ken en aiki jo in het trainingscurriculum. Daarbij was ook de nabijheid van de aiki shrine en het trainen in de persoonlijke dojo van osensei belangrijk. Tegelijkertijd moet ik erbij zeggen dat ik ook de technieken van Saito niet zag als een getrouwe voortzetting van het aikido van de grondlegger, ondanks dat hij dat claimde. Zijn aikido zag er heel anders uit dan het aikido van osensei dat ik kende van de films. Ik zag hem als een meester an zijn éigen’ kunst, net als Koichi Tohei, Shosji Nishio, Seigo Yamaguchi en andere hoogbekwame leraren die een eigen stijl hadden ontwikkeld, geïnspireerd door osensei. Maar Saito zei dat er een groot verschil was in wat osensei liet zien in de demonstratiefilms en wat hij liet zien in de dojo. Hij benadrukte dat hij probeerde zo getrouw mogelijk het aikido van de grondlegger over te brengen. Mijn scepticisme ten aanzien van zijn woorden bleef, totdat ik tijdens een interview met Zenzaburo Akazawa, een uchideshi van voor de oorlog, een handboek onder ogen kreeg dat in 1938 was gepubliceerd, Budo. Hierin werden ongeveer vijftig technieken gedemonstreerd door de grondlegger zelf. Ik was verbaasd te zien dat verschillende basistechnieken als ikkyo, iriminage en shihonage identiek waren aan de technieken zoals onderwezen door Saito. Saito kende het boek niet en hij nam er met veel plezier kennis van. Het bevestigde immers wat hij altijd al beweerd had: dat hij slechts doorgaf van wat hij van osensei geleerd had. Sinds die tijd (vanaf ca. 1979) ging hij altijd gewapend met een kopie van het boek op weg naar aikidoseminars. Dat voor zover mij bekend een instructeur zich toelegde op het zo getrouw mogelijk verspreiden van het aikido van de grondlegger, weerlegt mijn hypothese niet dat het moderne aikido zowel technisch als filosofisch weinig van doen heeft met de kunst van de grondlegger. Hoe komt het dat er zo’n grote verschillen bestaan tussen de belangrijkste moderne aikidostijlen? Er zijn in de loop der tijd enkele verklaringen gegeven voor deze verschillen. Een van die verklaringen is dat de kunst van de grondlegger door de jaren heen grote veranderingen heeft ondergaan. Uiteenlopende studenten hebben bij hem in verschillende perioden getraind, daarom is hun aikido niet hetzelfde. Anderen zeggen dat osensei verschillende dingen heeft onderwezen aan individuele studenten overeenkomstig hun karakter en bekwaamheid. Beide argumenten heb ik nooit overtuigend genoeg gevonden. Toen ik vele jaren geleden de Asahi News film uit 1935 ontdekte, was ik verrast te zien hoe ‘modern’ de kunst van de grondlegger was, zelfs in dat vroege stadium. Verder is het bekend dat de grondlegger normaal gesproken les gaf aan groepen studenten en niet aan individuen, wat weerspreekt dat hij zijn lessen aanpaste aan de behoeften van individuele studenten. Mijn verklaring voor de uiteenlopende stijlen is dat er maar weinig studenten lange tijd bij hem hebben getraind. Yoichiro (Hoken) Inoue, een neef van Ueshiba, Gozo Shioda, de grondlegger van Yoshinkan Aikido, en Tsutomu Yukawa, osensei’s vooroorlogse uchideshi’s studeerden maximaal zo’n vijf tot zes jaar bij hem. Dit was zeker genoeg om vaardig te worden in de kunst, maar onvoldoende om zich het uitgebreide repertoire van Aiki budo (zoals aikido toen nog heette, vert.) met de vele verfijningen, eigen te maken. De meeste uchideshi’s uit die periode waren gedwongen hun krijgsstudie voortijdig te beëindigen om in militaire dienst te gaan. Slechts een handvol pakte de studie na de Tweede Wereldoorlog weer op. Hetzelfde kan worden gezegd van de naoorlogse periode. Tot de ingewijden uit deze periode behoren aikidoka’s als Sadateru Arikawa, Hiroshi Tada, Seigo Yamaguchi, Shoji Nishio, Nobuyoshi Tamura, Yasuo Kobayashi en later Yoshimitsu Yamada, Mitsunari Kanai, Kazuo Chiba, Seiichi Sugano, Mitsugi Saotome en een aantal anderen. Shigenobu Okumura, Koichi Tohei, and Kisaburo Osawa vormen een wat afwijkende groep, want zij begonnen hun training vlak voor het begin van de Tweede Wereldoorlog en werden meester na de oorlog. Geen van deze leraren studeerde lange tijd direct onder osensei. Laten we eens naar de historische feiten kijken. Voor de oorlog gebruikte Morihei Ueshiba de Kobukan dojo in Tokio als zijn basis, maar hij was zeer actief in het Kansaigewest. (Hiertoe behoren de prefecturen van Nara, Wakayama, Kyoto, Osaka, Hyogo, and Shiga. Soms worden Fukui, Tokushima and Mie er ook toe gerekend. Vert.) Hij heeft zelfs een huis gehad in Osaka. Uit allerlei interviews met leerlingen van hem blijkt dat de grondlegger veel heeft rondgereisd en maandelijks een tot twee weken niet aanwezig was in de Kobukan dojo. Daarnaast werden de eerste uchideshi’s zeer snel leraar dankzij de zich snel ontwikkelende populariteit van de kunst en de verreikende activiteiten van de door de Omoto-religie gesponsorde Budo Senkyokai (vereniging voor de promotie van krijgskunsten), waarvan Ueshiba de voorzitter was. Kortom, deze pioniers studeerden relatief korte perioden bij osensei en zagen de grondlegger in beperkte mate wegens zijn frequente reizen. Bovendien waren ze zelf vaak onderweg omdat ze elders les moesten geven. In de jaren tijdens en direct na de oorlog leefde osensei teruggetrokken in Iwama. Vanaf het begin van de jaren vijftig pakte hij het reizen weer op en bezocht regelmatig Tokio en het Kansaigewest. Aan het einde van de jaren vijftig ging hij vaker op reis. Niemand wist waar hij op een bepaald moment zou zijn. Hij verdeelde zijn tijd tussen Iwama, Tokio en zijn favoriete plekjes in Kansai, waaronder Osaka, Kameoka, Ayabe, zijn geboorteplaats Tanabe, en Shingu. Hij ging zelfs op bezoek bij Kanshu Sunadomari in het ver afgelegen Kyushu … Kortom, osensei gaf na de oorlog onregelmatig les in Tokio. En als hij op de mat verscheen, dan was dat om vooral te spreken over esoterische onderwerpen die het begrip van de aanwezige studenten totaal te boven ging. De hoofdleraren in de Hombu dojo (de nieuwe benaming van de dojo in Tokio, vert.) in de naoorlogse jaren waren Koichi Tohei en de zoon van Ueshiba, Kisshomaru Ueshiba. Zij werden bijgestaan door Okumura, Osawa, Arikawa, Tada, Tamura en de volgende generatie uchideshi’s zoals hierboven genoemd. Wat ik heb geprobeerd duidelijk te maken is dat Morihei Ueshiba niet de belangrijkste figuur was in de Hombu dojo. Hij gaf er niet dagelijks les en het was ook niet te voorspellen wanneer hij er les zou geven. Als hij er was gaf hij vooral les over filosofische onderwerpen. Tohei and Kisshomaru Ueshiba zijn het meest verantwoordelijk voor de ontwikkeling van aikido binnen het Aikikai Hombu systeem. Net als dat voor de oorlog gebeurde, gingen de uchideshi’s na een relatief korte leertijd buiten de Hombu dojo lesgeven aan verenigingen en universiteiten. Deze periode werd ook gekarakteriseerd door dan-inflatie. Veel van deze jonge leerlingen kregen er elk jaar een dangraad bij. In een aantal gevallen sloegen ze zelfs graden over. Dit betekent dat niet osensei verantwoordelijk is voor de verspreiding van aikido na de oorlog, maar dat Tohei en Kisshomaru Ueshiba dat zijn. Verder betekent het dat osensei slechts zijdelings te maken had met instructie en beleid van aikido in de naoorlogse jaren. Hij had zich allang teruggetrokken en wijdde zich vooral aan zijn persoonlijke training, spirituele ontwikkeling, reizen en sociale activiteiten. Verder is het van belang dat hoewel osensei vaak als een vriendelijke, aardige oude man wordt neergezet, hij ook bekend staat om zijn priemende ogen en zijn grillige humeur. Zijn aanwezigheid in de Hombu dojo werd niet altijd op prijs gesteld. Dit was te wijten aan zijn kritische commentaar en regelmatige uitbarstingen.

door Stanley Pranin Aikido Journal nr.109 (Fall/Winter 1996)

Vrij vertaald door Wim Heijnen

Het unieke van aikido tussen al die andere vechtsporten

Het unieke van aikido tussen al die andere vechtsporten

Als iemand me vraagt of ik aan sport doe, dan zeg ik dat ik aikido beoefen. Op de vraag die dan meestal volgt, wat aikido is, geef ik het gemakzuchtige antwoord dat het een vechtsport is.
Feitelijk is echter aikido geen vechtsport, sterker nog, het is niet eens een sport. Natuurlijk, je bent lichamelijk bezig, je werkt aan lenigheid, conditie en wat al niet meer, maar het competitie-element – zo eigen aan sport – ontbreekt geheel. Dat is op zich vrij uniek. Welke sport je ook beoefent, het draait altijd om winnen en verliezen. Je gooit of rent harder dan de ander, je springt hoger, je techniek is beter enzovoorts. Niet dat we in aikido niet vergelijken – we zijn net mensen – maar we weten dat het daar niet om moet gaan.
Als de vragensteller verder doorvraagt en wil weten wat aikido dan wel is, dan moet hij daar enige tijd voor uittrekken want een kort en bondig antwoord is moeilijk te geven.

Aikido is een krijgskunst, ook wel verdedigingskunst genoemd. Wat we onderzoeken is hoe we de energie die tegen ons gericht is, kunnen opnemen en ombuigen. We gaan niet tegen de kracht van de aanval in, we laten de eigen energie (ki) samenvloeien met de aanvallende energie.
De energie die we gebruiken, moeten we niet verwarren met spierkracht. Natuurlijk hebben we onze spieren nodig, anders zouden we niet rechtop kunnen staan of bewegen. Een teveel aan spierkracht belemmert echter de ontwikkeling van ki: een innerlijke kracht (levensenergie) die iedereen heeft en soms ook onbewust gebruikt. In aikido proberen we ki bewust te gebruiken.
Een voorwaarde is dat je ontspannen bent (niet slap!). Je moet volledig en onbevangen openstaan voor wat er op je afkomt. Daarbij moeten geest en lichaam één zijn. Op het moment dat je gaat nadenken over je reactie op een aanval, ontstaat er een scheiding van geest en lichaam. Je energiestroom blokkeert dan.

Dit vergt een speciale manier van oefenen, waardoor menigeen (ook binnen de aikidowereld zelf) zich afvraagt of je aikido wel een zelfverdedigingskunst kunt noemen.
Degene die aanvalt in aikido mag namelijk niet tegenwerken. (Dit geldt voor de meeste stijlen.) We noemen de aanvaller vaak partner, dus iemand die je helpt. Als je aangevallen wordt, absorbeer je de aanval en je voert een techniek uit. De aanvaller probeert te voelen waar je hem naartoe leidt. Hij moet zelf niets invullen, maar de kracht volgen. Daarom kunnen de bewegingen in aikido er zo vloeiend uitzien. De aanvaller valt vier keer aan, waarna de rollen wisselen. De aanvaller wordt verdediger, de verdediger aanvaller. Tijdens de gewone training kun je niet testen of aikido ‘werkt’, maar dat kun je eigenlijk nooit omdat er geen wedstrijden of toernooien zijn.

Het is mijn persoonlijke overtuiging dat je met aikido op het gebied van zelfverdediging een heel eind kunt komen, mits je het ‘in’ je hebt en mits je serieus oefent. Dat geldt trouwens net zo voor andere krijgskunsten en vechtsporten.
Voor mij is het element van zelfontplooiing echter belangrijker dan zelfverdediging. Je leert zoveel dingen die je ook in je dagelijks leven kunt gebruiken. Er is aandacht voor houding, balans, ademhaling, ontspannen zijn, alertheid, beweging openheid en vertrouwen. Voor mij is dat waardevoller dan louter zelfverdediging.

Wim Heijnen, mei 2007