Aikidotechnieken zijn een afgeleide van technieken die gebruikt werden door de samoerai, die tot de tanden toe gewapend tegenover elkaar stonden op het strijdtoneel. Dit betekent niet dat de technieken niet zouden kunnen worden toegepast in een ongewapende situatie, maar de afspraken over beweging en houdingen gaan ervan uit dat er wapens in het spel zijn.
De hele logica achter de aanvalsvormen die we in aikido gebruiken zijn afgeleid van een systeem dat veronderstelt dat beide partners gewapend zijn en dat er waarschijnlijk meerdere aanvallers zijn. Er is bijvoorbeeld veel nadruk op grepen om te voorkomen dat het zwaard getrokken kan worden. Daarnaast worden klemmen toegepast die feitelijk de aanval slechts tijdelijk neutraliseren (waardoor men met een tweede wapen de aanvaller kan uitschakelen). Het ontbreken van grondgevechten kan hiermee ook verklaard worden (goed om af te rekenen met één aanvaller, maar desastreus als je omringt bent door aanvallers).
In 1930 adopteerde Osensei Nakakura Kiyoshi en wees hem aan als zijn opvolger. Nakakura sensei was een van de giganten van het moderne kendo. Toen Osensei werd gevraagd waarom hij zijn oog had laten vallen op Nakakura, antwoordde Osensei dat kendo meer raakvlakken had met aikido dan met judo (veel leerlingen van Osensei hadden een judoverleden, red.). Ik vraag me af hoeveel aikidostudenten hetzelfde zouden zeggen.
Als we kijken naar het onderzoek van de grondlegger om zijn aikido te ontwikkelen, zien we dat hij na de beginjaren zijn aandacht steeds meer verlegde naar de wapens. Bijna zijn hele training in wapenloze technieken in jiu-jutsu en aiki jujutsu vond in het begin van zijn carrière plaats. Terwijl hij zijn kunst verder ontwikkelde onderzocht hij andere wapensystemen. Hij trainde met de yari (speer), juken (bajonet) en de ken (zwaard). We weten dat hij de technieken van de Kashima Ryu kenjutsu (een zwaardvechtschool) heeft geleerd. Zonder er ooit een diploma in te halen heeft hij de technieken gebruikt in een aikidocontext.
Saotome sensei vertelde dat wanneer hij Osensei om uitleg vroeg omtrent een techniek, hij meestal naar zijn boken greep en vanuit een zwaardtechniek demonstreerde wat hij bedoelde. Toch zien we dat in veel dojo’s de wapens helemaal afwezig zijn of slechts zijdelings aan bod komen. Als je kijkt naar de uchi deshi van de grondlegger, dan springen degenen eruit die intensief met wapens hebben getraind. Shirata, Hikitsuchi en Mochizuki. Allemaal senseis met een zwaardachtergrond en die wisten hoe ze met een wapen moesten omgaan. Tohei sensei had een uitgebreide jo-training achter de rug. En natuurlijk was er Saito sensei die meer dan wie ook het wapenwerk van Osensei heeft gesystematiseerd en die bekend stond om zijn nadruk op de wapentraining. Van de naoorlogse deshi kan men de gevolgen zien van intensieve zwaardtraining in het aikido van Saotome, Imaizumi, Chiba, Tanemura, Nishio, Kanai enzovoorts. Als je de technieken vergelijkt van de uchi deshi met een significante wapentraining en die zonder, ziet men in het algemeen duidelijk dat de eersten (met een wapenachtergrond ) scherper en preciezer bewegen dan de laatsten.

Een fragment uit een artikel van George S. Ledyard

Voor het hele artikel: http://www.aikiweb.com/columns/gledyard/2005_09.html

Vertaling: Wim Heijnen, 27 september 2005