logo-aikido-maastricht-nov2014

 

 

Is osensei echt de grondlegger van het moderne aikido?

De auteur van dit artikel Stanley Pranin is hoofdredacteur van Aikido Journal (http://www.aikidojournal.com/). Zoals uit het artikel blijkt, volgt hij de stijl van Morihiro Saito. Voor een goed begrip van het artikel is het nodig te weten dat Saito het langst van alle leerlingen van Ueshiba – van 1945 tot aan diens dood in 1969 – uchideshi (inwonend leerling) is geweest.

Na jarenlang onderzoek en beoefening van de krijgskunst aikido kwam ik tot een hypothese die tegen de conventies inging. De gangbare gedachte was dat talrijke shihan (hoofdinstructeurs) jarenlang zouden hebben gestudeerd aan de zijde van Morihei Ueshiba, de grondlegger van aikido, en dat hun aikido het aikido is van de grondlegger. Mijn theorie was dat het aikido van tegenwoordig niet dezelfde kunst is als het aikido zoals dat werd onderwezen door de grondlegger. Het is veeleer een afgeleide vorm ontwikkeld door studenten die relatief korte perioden hebben getraind bij osensei. Hierdoor zouden de verschillen in stijlen te verklaren zijn, het relatief beperkte aantal technieken die onderwezen worden en de afwezigheid van het religieuze perspectief van de Omoto-religie. Mijn hypothese was niet bedoeld als kritiek op de moderne vormen van aikido, maar meer een observatie gebaseerd op historisch onderzoek die tegen de gangbare opinie inging. Toen ik me in 1977 permanent in Japan vestigde, besloot ik in Iwama te gaan trainen bij Mirohiro Saito. Als ik achteraf kijk waarom ik juist hem uitkoos als leraar, kan ik zeggen dat ik aangetrokken was door de nadruk op stevigheid en precisie van de techniek en door de opname van de aiki ken en aiki jo in het trainingscurriculum. Daarbij was ook de nabijheid van de aiki shrine en het trainen in de persoonlijke dojo van osensei belangrijk. Tegelijkertijd moet ik erbij zeggen dat ik ook de technieken van Saito niet zag als een getrouwe voortzetting van het aikido van de grondlegger, ondanks dat hij dat claimde. Zijn aikido zag er heel anders uit dan het aikido van osensei dat ik kende van de films. Ik zag hem als een meester an zijn éigen’ kunst, net als Koichi Tohei, Shosji Nishio, Seigo Yamaguchi en andere hoogbekwame leraren die een eigen stijl hadden ontwikkeld, geïnspireerd door osensei. Maar Saito zei dat er een groot verschil was in wat osensei liet zien in de demonstratiefilms en wat hij liet zien in de dojo. Hij benadrukte dat hij probeerde zo getrouw mogelijk het aikido van de grondlegger over te brengen. Mijn scepticisme ten aanzien van zijn woorden bleef, totdat ik tijdens een interview met Zenzaburo Akazawa, een uchideshi van voor de oorlog, een handboek onder ogen kreeg dat in 1938 was gepubliceerd, Budo. Hierin werden ongeveer vijftig technieken gedemonstreerd door de grondlegger zelf. Ik was verbaasd te zien dat verschillende basistechnieken als ikkyo, iriminage en shihonage identiek waren aan de technieken zoals onderwezen door Saito. Saito kende het boek niet en hij nam er met veel plezier kennis van. Het bevestigde immers wat hij altijd al beweerd had: dat hij slechts doorgaf van wat hij van osensei geleerd had. Sinds die tijd (vanaf ca. 1979) ging hij altijd gewapend met een kopie van het boek op weg naar aikidoseminars. Dat voor zover mij bekend een instructeur zich toelegde op het zo getrouw mogelijk verspreiden van het aikido van de grondlegger, weerlegt mijn hypothese niet dat het moderne aikido zowel technisch als filosofisch weinig van doen heeft met de kunst van de grondlegger. Hoe komt het dat er zo’n grote verschillen bestaan tussen de belangrijkste moderne aikidostijlen? Er zijn in de loop der tijd enkele verklaringen gegeven voor deze verschillen. Een van die verklaringen is dat de kunst van de grondlegger door de jaren heen grote veranderingen heeft ondergaan. Uiteenlopende studenten hebben bij hem in verschillende perioden getraind, daarom is hun aikido niet hetzelfde. Anderen zeggen dat osensei verschillende dingen heeft onderwezen aan individuele studenten overeenkomstig hun karakter en bekwaamheid. Beide argumenten heb ik nooit overtuigend genoeg gevonden. Toen ik vele jaren geleden de Asahi News film uit 1935 ontdekte, was ik verrast te zien hoe ‘modern’ de kunst van de grondlegger was, zelfs in dat vroege stadium. Verder is het bekend dat de grondlegger normaal gesproken les gaf aan groepen studenten en niet aan individuen, wat weerspreekt dat hij zijn lessen aanpaste aan de behoeften van individuele studenten. Mijn verklaring voor de uiteenlopende stijlen is dat er maar weinig studenten lange tijd bij hem hebben getraind. Yoichiro (Hoken) Inoue, een neef van Ueshiba, Gozo Shioda, de grondlegger van Yoshinkan Aikido, en Tsutomu Yukawa, osensei’s vooroorlogse uchideshi’s studeerden maximaal zo’n vijf tot zes jaar bij hem. Dit was zeker genoeg om vaardig te worden in de kunst, maar onvoldoende om zich het uitgebreide repertoire van Aiki budo (zoals aikido toen nog heette, vert.) met de vele verfijningen, eigen te maken. De meeste uchideshi’s uit die periode waren gedwongen hun krijgsstudie voortijdig te beëindigen om in militaire dienst te gaan. Slechts een handvol pakte de studie na de Tweede Wereldoorlog weer op. Hetzelfde kan worden gezegd van de naoorlogse periode. Tot de ingewijden uit deze periode behoren aikidoka’s als Sadateru Arikawa, Hiroshi Tada, Seigo Yamaguchi, Shoji Nishio, Nobuyoshi Tamura, Yasuo Kobayashi en later Yoshimitsu Yamada, Mitsunari Kanai, Kazuo Chiba, Seiichi Sugano, Mitsugi Saotome en een aantal anderen. Shigenobu Okumura, Koichi Tohei, and Kisaburo Osawa vormen een wat afwijkende groep, want zij begonnen hun training vlak voor het begin van de Tweede Wereldoorlog en werden meester na de oorlog. Geen van deze leraren studeerde lange tijd direct onder osensei. Laten we eens naar de historische feiten kijken. Voor de oorlog gebruikte Morihei Ueshiba de Kobukan dojo in Tokio als zijn basis, maar hij was zeer actief in het Kansaigewest. (Hiertoe behoren de prefecturen van Nara, Wakayama, Kyoto, Osaka, Hyogo, and Shiga. Soms worden Fukui, Tokushima and Mie er ook toe gerekend. Vert.) Hij heeft zelfs een huis gehad in Osaka. Uit allerlei interviews met leerlingen van hem blijkt dat de grondlegger veel heeft rondgereisd en maandelijks een tot twee weken niet aanwezig was in de Kobukan dojo. Daarnaast werden de eerste uchideshi’s zeer snel leraar dankzij de zich snel ontwikkelende populariteit van de kunst en de verreikende activiteiten van de door de Omoto-religie gesponsorde Budo Senkyokai (vereniging voor de promotie van krijgskunsten), waarvan Ueshiba de voorzitter was. Kortom, deze pioniers studeerden relatief korte perioden bij osensei en zagen de grondlegger in beperkte mate wegens zijn frequente reizen. Bovendien waren ze zelf vaak onderweg omdat ze elders les moesten geven. In de jaren tijdens en direct na de oorlog leefde osensei teruggetrokken in Iwama. Vanaf het begin van de jaren vijftig pakte hij het reizen weer op en bezocht regelmatig Tokio en het Kansaigewest. Aan het einde van de jaren vijftig ging hij vaker op reis. Niemand wist waar hij op een bepaald moment zou zijn. Hij verdeelde zijn tijd tussen Iwama, Tokio en zijn favoriete plekjes in Kansai, waaronder Osaka, Kameoka, Ayabe, zijn geboorteplaats Tanabe, en Shingu. Hij ging zelfs op bezoek bij Kanshu Sunadomari in het ver afgelegen Kyushu … Kortom, osensei gaf na de oorlog onregelmatig les in Tokio. En als hij op de mat verscheen, dan was dat om vooral te spreken over esoterische onderwerpen die het begrip van de aanwezige studenten totaal te boven ging. De hoofdleraren in de Hombu dojo (de nieuwe benaming van de dojo in Tokio, vert.) in de naoorlogse jaren waren Koichi Tohei en de zoon van Ueshiba, Kisshomaru Ueshiba. Zij werden bijgestaan door Okumura, Osawa, Arikawa, Tada, Tamura en de volgende generatie uchideshi’s zoals hierboven genoemd. Wat ik heb geprobeerd duidelijk te maken is dat Morihei Ueshiba niet de belangrijkste figuur was in de Hombu dojo. Hij gaf er niet dagelijks les en het was ook niet te voorspellen wanneer hij er les zou geven. Als hij er was gaf hij vooral les over filosofische onderwerpen. Tohei and Kisshomaru Ueshiba zijn het meest verantwoordelijk voor de ontwikkeling van aikido binnen het Aikikai Hombu systeem. Net als dat voor de oorlog gebeurde, gingen de uchideshi’s na een relatief korte leertijd buiten de Hombu dojo lesgeven aan verenigingen en universiteiten. Deze periode werd ook gekarakteriseerd door dan-inflatie. Veel van deze jonge leerlingen kregen er elk jaar een dangraad bij. In een aantal gevallen sloegen ze zelfs graden over. Dit betekent dat niet osensei verantwoordelijk is voor de verspreiding van aikido na de oorlog, maar dat Tohei en Kisshomaru Ueshiba dat zijn. Verder betekent het dat osensei slechts zijdelings te maken had met instructie en beleid van aikido in de naoorlogse jaren. Hij had zich allang teruggetrokken en wijdde zich vooral aan zijn persoonlijke training, spirituele ontwikkeling, reizen en sociale activiteiten. Verder is het van belang dat hoewel osensei vaak als een vriendelijke, aardige oude man wordt neergezet, hij ook bekend staat om zijn priemende ogen en zijn grillige humeur. Zijn aanwezigheid in de Hombu dojo werd niet altijd op prijs gesteld. Dit was te wijten aan zijn kritische commentaar en regelmatige uitbarstingen.

door Stanley Pranin Aikido Journal nr.109 (Fall/Winter 1996)

Vrij vertaald door Wim Heijnen