Het unieke van aikido tussen al die andere vechtsporten

Als iemand me vraagt of ik aan sport doe, dan zeg ik dat ik aikido beoefen. Op de vraag die dan meestal volgt, wat aikido is, geef ik het gemakzuchtige antwoord dat het een vechtsport is.
Feitelijk is echter aikido geen vechtsport, sterker nog, het is niet eens een sport. Natuurlijk, je bent lichamelijk bezig, je werkt aan lenigheid, conditie en wat al niet meer, maar het competitie-element – zo eigen aan sport – ontbreekt geheel. Dat is op zich vrij uniek. Welke sport je ook beoefent, het draait altijd om winnen en verliezen. Je gooit of rent harder dan de ander, je springt hoger, je techniek is beter enzovoorts. Niet dat we in aikido niet vergelijken – we zijn net mensen – maar we weten dat het daar niet om moet gaan.
Als de vragensteller verder doorvraagt en wil weten wat aikido dan wel is, dan moet hij daar enige tijd voor uittrekken want een kort en bondig antwoord is moeilijk te geven.

Aikido is een krijgskunst, ook wel verdedigingskunst genoemd. Wat we onderzoeken is hoe we de energie die tegen ons gericht is, kunnen opnemen en ombuigen. We gaan niet tegen de kracht van de aanval in, we laten de eigen energie (ki) samenvloeien met de aanvallende energie.
De energie die we gebruiken, moeten we niet verwarren met spierkracht. Natuurlijk hebben we onze spieren nodig, anders zouden we niet rechtop kunnen staan of bewegen. Een teveel aan spierkracht belemmert echter de ontwikkeling van ki: een innerlijke kracht (levensenergie) die iedereen heeft en soms ook onbewust gebruikt. In aikido proberen we ki bewust te gebruiken.
Een voorwaarde is dat je ontspannen bent (niet slap!). Je moet volledig en onbevangen openstaan voor wat er op je afkomt. Daarbij moeten geest en lichaam één zijn. Op het moment dat je gaat nadenken over je reactie op een aanval, ontstaat er een scheiding van geest en lichaam. Je energiestroom blokkeert dan.

Dit vergt een speciale manier van oefenen, waardoor menigeen (ook binnen de aikidowereld zelf) zich afvraagt of je aikido wel een zelfverdedigingskunst kunt noemen.
Degene die aanvalt in aikido mag namelijk niet tegenwerken. (Dit geldt voor de meeste stijlen.) We noemen de aanvaller vaak partner, dus iemand die je helpt. Als je aangevallen wordt, absorbeer je de aanval en je voert een techniek uit. De aanvaller probeert te voelen waar je hem naartoe leidt. Hij moet zelf niets invullen, maar de kracht volgen. Daarom kunnen de bewegingen in aikido er zo vloeiend uitzien. De aanvaller valt vier keer aan, waarna de rollen wisselen. De aanvaller wordt verdediger, de verdediger aanvaller. Tijdens de gewone training kun je niet testen of aikido ‘werkt’, maar dat kun je eigenlijk nooit omdat er geen wedstrijden of toernooien zijn.

Het is mijn persoonlijke overtuiging dat je met aikido op het gebied van zelfverdediging een heel eind kunt komen, mits je het ‘in’ je hebt en mits je serieus oefent. Dat geldt trouwens net zo voor andere krijgskunsten en vechtsporten.
Voor mij is het element van zelfontplooiing echter belangrijker dan zelfverdediging. Je leert zoveel dingen die je ook in je dagelijks leven kunt gebruiken. Er is aandacht voor houding, balans, ademhaling, ontspannen zijn, alertheid, beweging openheid en vertrouwen. Voor mij is dat waardevoller dan louter zelfverdediging.

Wim Heijnen, mei 2007