Uchi deshi van Osensei, een rondetafelbijeenkomst

Hieronder volgen enkele fragmenten uit een rondetafelbijeenkomst van een tiental hooggegradueerde uchi deshi (inwonende leerlingen van Osensei).
Sugawara: ... Het thema van de bijeenkomst is ‘Leven en filosofie van de grondlegger’. Ik hoop dat u allen vrij zult spreken over de indrukken die u had in uw omgang met osensei. U moet hoogst waardevolle lessen van hem hebben gehad omdat u niet alleen bij hem studeerde tijdens de oefenuren, maar ook op andere tijden van de dag.
Isoyama: Wanneer de leerlingen eenmaal de dojo binnenkwamen was loos gepraat niet toegestaan. ‘Laten we beginners’ en ‘Dank u’ was het enig toegestane gesprek' in de dojo. Gelach en andere menselijke emoties werden genegeerd tijdens de training.
Sugawara: Er waren geen vragen toegestaan, neem ik aan?
Saito: Wij werden gesterkt in het geloof dat er in de wereld van de krijgskunsten geen vragen kunnen zijn. Als wij niet meer wisten wat te doen bij een bepaalde techniek, dan kwam Osensei snel te hulp en demonstreerde de techniek ter plaatse met de opmerking: ‘Kijk gewoon hoe ik het doe’. In zo'n geval kropen we snel kris kras door de dojo om te proberen de geheimen van die techniek te achterhalen. Hoewel het stellen van vragen werd ontmoedigd konden de leerlingen, wanneer zij eenmaal toegelaten waren, profiteren van de vriendelijke en persoonlijke instructie van Osensei.... Ik herinner me dat Osensei de leerlingen nergens toe dwong. Hij handhaafde echter een strikte houding ten aanzien van de uitvoering van technieken; dan zei hij: ‘De geringste afwijking maakt een techniek ineffectief’. Wanneer beginners met ons oefenden deden we dezelfde basisoefeningen. Dat was goed.
Sugawara: Dat was omdat de gevorderden zo de basisoefeningen moesten herhalen, nietwaar? Meneer Fukasaku zei eerder dat hij geoefend had op een houten vloer. Ik vraag me af of Osensei hetzelfde deed?
Saito: Tatami werden alleen op feestdagen uitgelegd. Niet op de hele vloer, maar alleen drie matten voor de kamiza.
Fukasaku: Een week lang voortdurend zitoefeningen op de houten vloer doen was zo'n kwellende ervaring. De huid van de knieën schaafde, vormde pus en plakte aan de vloer. Het was pijnlijk na afloop van een lange toespraak van Osensei om de ontstoken huid van de vloer los te maken wanneer we opstonden.
Fujieda: Het kniestuk van het trainingspak moest een aantal keren worden opgelapt en werd net een zitkussen.
Sugawara: Het is nogal verrassend om te weten dat jullie zoveel konden verdragen en konden doorgaan met oefenen.
Saito: Voor de training sloegen we de uitstekende spijkers van de vloer naar beneden met het handvat van de houten zwaarden. De beginners waren te bang om hun oefeningen lang voort te zetten...
Nomura: Het was zeker een spartaanse training, wat werd bevestigd door het feit dat we zelfs als we pijn voelden niet ‘au’ mochten roepen.
Isoyama: De knieën deden zo'n pijn dat we bijna niet rechtop konden zitten. Uit een natuurlijke reactie om de pijn te verlichten, wiebelden we. Dan kwam er een regen van vuisten op onze hoofden terecht van achteren, waar onze senioren zaten (gelach).
Saito: Osensei consolideerde in die tijd talrijke aikidotechnieken. Wanneer zijn aandacht was gericht op zitoefeningen, dan moesten wij deze zonder afwisseling dag na dag herhalen. De intensiteit van de training nam graadsgewijs toe en de te leren technieken werden steeds moeilijker, evenredig met ons toegenomen kunnen. Zo'n trainingsproces maakte het ons moeilijk te beseffen dat we waardevolle vorderingen hadden gemaakt. We hebben daarom steeds gevoeld dat aikido zo moeilijk te beheersen is. Osensei was zich bewust van die gevoelens en moedigde ons aan. Hij zei vaak: 'Degenen die van mij uit eerste hand instructie hebben ontvangen, behoren bij de besten van Japan.’ Ons zelfvertrouwen werd op die manier gesterkt.
Fukasaku: Niet iedereen werd in die tijd toegelaten. Toelating was alleen mogelijk via introductie.
Saito: ... Of de verzoekers werden aangenomen hing van hun eigen houding af.
Sugawara: Zogenaamde verzoekers kijken tegenwoordig eerst hoe een training verloopt en dienen hun verzoek pas in, als ze menen de training aan te kunnen.
Saito: Osensei verbood degenen die niet wilden toetreden om de training te bekijken uit angst, dat 'zijn technieken' gestolen zouden worden. Blijkbaar hield hij er daarom niet van zijn vaardigheden in tegenwoordigheid van grote groepen mensen te demonstreren.
Fukasaku: Zelfs diegenen die helemaal uit ver afgelegen steden op bezoek kwamen, werden niet toegelaten als zij niet door iemand geïntroduceerd werden.
Sugawara: De reden moet zijn geweest dat toelating tot aikido aan vreemden moest worden geweigerd. Osensei was waarschijnlijk te voorzichtig om het risico te willen lopen, dat zijn technieken voor verkeerde doeleinden werden gebruikt...
Saito: Osensei was uiterst voorzichtig. Zijn voorzichtigheid kwam zelfs naar voren in zijn ontspannen en natuurlijke manier van lopen... Ik werd eens uitgescholden omdat ik aan de rechterkant van Osensei liep, toen ik hem vergezelde. Hij beet me toe: ‘Van een leerling wordt verwacht links naast zijn meester te lopen. Blokkeer zijn rechterhand niet. Anders zal de meester in geval van een noodsituatie zijn plicht niet kunnen vervullen om jou te beschermen...
Saito: Wat betreft de trainingsmethoden zijn leraren geneigd tot een gebrek aan persoonlijk contact. Misschien zien ze het als hun plicht een uur les te geven. Iedere leraar moet steeds het voorbeeld van lesgeven van Osensei volgen, niet mechanisch maar mentaal alert, oprecht en vriendelijk. Hij moet zijn leerlingen op een overtuigende manier leiden... Osensei nam nooit rust, zelfs niet wanneer hij oververmoeid was. Ik overreedde hem rust te nemen door te zeggen: ‘Alstublieft, sla de trainingssessie over en rust terwijl wij ons wijden aan de basisoefeningen.’ Gedurende de sessie bracht ik verslag uit over de oefeningen die we uitvoerden. Zijn reactie was dan: ‘Ik wist precies wat jullie deden, door het geluid van jullie voetstappen.'

Bron, onbekend
Vertaling: Wim Heijnen, Ans Schutte, 1988