Yukiyoshi Takamura (1928-2000)

Fragmenten uit een interview (2)

 

Takamura

Yukiyoshi Takamura was grootmeester van de Shindo Yoshin-school (kortweg Takamura-school) een vorm van bujutsu, B. Hij is geboren in Otsu, Japan en begon op zesjarige leeftijd met de beoefening van krijgskunsten bij zijn grootvader Shigeta Ohbata in Tokyo. Na de dood van zijn vader en grootvader in 1945 trainde hij onder Matsuhiro Namishiro en bekwaamde hij zich ook in het kenjutsu. Takamura verhuisde naar Zweden en in 1959 naar Amerika, waar hij in 1966 een dojo startte. In 1990 ging hij weer terug naar Zweden.


   

Tegenwoordig overheerst het idee dat oude jujutsuscholen te vergelijken zijn met judo en wapenloze kunsten onderwezen. Dat klopt niet. Er waren veel jujutsustijlen die fundamenteel van elkaar verschillen... In de meeste gevallen waren het klassieke krijgsscholen die mensen klaar maakten voor de strijd op het slachtveld tegen in het harnas gestoken soldaten. Meestal waren deze systemen niet erg complex. Alleen eenvoudige wapens kwamen er aan bod omdat ze in korte tijd werden onderwezen aan voetsoldaten. De meer ingewikkelde systemen behelsden technieken en wapens voor gevorderden, zoals de kusarigama (ketting en sikkel), het mes en het korte zwaard. Lichtbewapende en geharnaste samoerai konden zich met succes meten met superieur bewapende en geharnaste tegenstanders.

    Het begin van de Edo-periode (1603 tot 1868) luidde een lange periode van vrede in. Jujutsuscholen pasten zich aan de nieuwe realiteit aan waar de wapens waren uitgebannen. Er ontstonden veel nieuwe systemen maar de wapens vormden nog steeds het hart ervan. Sommige wapens echter werden niet langer gebruikt, andere werden favoriet dankzij de nieuwe realiteit. De langbladige hellebaard bijvoorbeeld en de speer verdwenen. Wapens als ijzeren waaier, mes en stok werden steeds belangrijker. Deze verandering leidde ook tot aanpassing van ongewapende technieken. Dit had te maken met de groeiende populariteit van wedstrijden zonder wapens. Hiermee werd het begin van op judo lijkend jujutsu ingeluid. Dit ging ten koste van veel echte klassieke krijgskunsten. Rond 1900 zijn bij veel scholen de wapens uit het curriculum verdwenen.

    De populariteit van judo, ontwikkeld door Jigoro Kano, dwong nog grotere veranderingen op aan veel van de oudere jujutsuscholen. Waarom dit zo was, is een beetje een mysterie omdat de echte vernieuwing van judo niet op het gebied van de techniek, maar op dat van de onderwijsmethodologie lag.
    Judo hanteerde een meer wetenschappelijke benadering om de fysieke technieken uit te leggen. Oudere jujutsuscholen gebruikten nog steeds mystieke verklaringen, zoals een concept als ‘ki’. Het grote publiek voelde zich aangetrokken tot de wetenschappelijke verklaringen. Ze vonden ze moderner en superieur ten opzichte van het ouderwetse krijgsmysticisme. Het publiek omarmde dan ook judo boven jujutsu en andere Japanse klassieke scholen. Kano slaagde er ook in te doen lijken alsof judo meer dan jujutsu iets was voor de hogere klasse. Het tegendeel was eerder waar. Judo was de kunst voor de gewone man, jujutsu die van de samoerai.

    Bij de huidige jujutsu-scholen worden meestal kleine gedeeltes onderwezen van complete krijgssystemen: bujutsu. Er zijn veel redenen waarom dat zo is. De meest voor de hand liggende is de veranderende werkelijkheid om ons heen. Veranderingen in technologie en militaire tactiek hebben onvermijdelijk tot een ander wapenarsenaal geleid.
    Als een bepaald wapensysteem toch zijn tijd overleeft, heeft dat niet te maken met de oorspronkelijke waarde ervan. Daarom zijn iaido (weg van het zwaardtrekken) en kendo (zwaardvechtkunst) populairder dan resp. iaijutsu en kenjutsu (beide toepassingsvormen op het slagveld).
    Het zwaard is van origine een oorlogswapen. Het sportaspect en het spirituele aspect van de zwaardkunst kwamen pas later. Deze aspecten werden omarmd door de krijgsklasse omdat ze er profijt van had, maar het ging om secundaire zaken. Waar het de krijger uiteindelijk om te doen was, was het overwinnen van de vijand. Dit moet men niet vergeten. Daarom is een martiale kunst ‘martiaal’.
    …
    Een andere reden om slechts een deel van een bujutsusysteem te leren is het gebrek aan tijd. Tegenwoordig is niemand meer 24 uur per dag krijger. We hebben slechts beperkte tijd om te trainen. We zouden er een fulltime baan aan hebben een bujutsusysteem volledig te leren. Er zijn er slechts weinigen die zich dergelijke opofferingen getroosten voor bujutsu.
    Het is beter om een aspect van bujutsu goed te leren dan alles slechts oppervlakkig. Daarnaast kunnen we dat aspect kiezen dat ons het meeste aantrekt. Sommigen leren het zwaard, anderen jujutsu en weer anderen de naginata (hellebaard). Dit is goed. Het betekent voor toekomstige generaties dat ze een keuzevrijheid hebben.
    Sommigen menen dat het niet goed is niet het hele systeem te leren. Dit is een amateuristische visie. Het is beter iets goed te leren dan slecht of om anderen te imponeren omdat het exclusief is of moeilijk. Het is geen goede motivatie als je leert om iemand anders te imponeren in plaats van dat je leert voor jezelf of voor de leraren die de weg voor je gebaand hebben. De beste krijgskunstenaars zijn degenen die oefenen uit liefde voor de kunst zelf en voor hun leraren nu en in het verleden.

    Tot slot zijn er mensen zoals ik die zich helemaal wijden aan het leren en onderwijzen van een complete bujustu en daarvan de opofferingen accepteren. We zijn niet slechter of beter dan degenen die een deel van een bujutsu of moderne krijgskunsten beoefenen. We beoefenen een heel systeem omdat we geloven en hopen dat er een bonus is die het allemaal waard is. En die bestaat. Het is het begrijpen van het technische en historische hart van een krijgsschool. Een echte bujutsutraditie is een samenhangende puzzel. Alle afzonderlijke aspecten met elkaar gecombineerd versterken elkaar en vullen elkaar aan. De kennis dat individuele technieken niet de kunst zelf zijn, maar een tijdelijke reflectie van een onderliggend stel concepten en krijgsstrategieën werkt bevrijdend. Dit staat ons toe om de geheimen van de kunst te doorgronden. Meesterschap over deze principes staat een school toe om elke generatie te groeien van oude toepassingen naar nieuwe. Via de geheimen van de kunst krijgen we na jaren van training grip op de onderliggende genialiteit. Je kunt die vergelijken met de handtekeningen van vele meesters, elk zichtbaar bovenop de ander, elk een deel van het grotere geheel. Hierdoor wordt een school een school.

    Zo gauw stijlen met elkaar vermengd worden bijvoorbeeld karate met aikido, missen ze bijna altijd deze handtekening van genialiteit. Het zou beter zijn de systemen niet met elkaar te vermengen omdat anders de handtekening van al de wijsheid van eerdere leraren wordt uitgewist. Het gaat om verschillende tradities waarvan de concepten en waarheden niet echt met elkaar samengaan. Ze werden ontwikkeld in verschillende omgevingen om verschillende redenen. Laat ze slagen in hun eigen hoedanigheid in plaats van ze te veranderen in iets waarvoor ze nooit gemaakt zijn.

Uit: Aikido Journal 117, herfst 1999; http://www.shinyokai.com/Takamura%20interview.pdf
Vertaling Wim Heijnen, april 2009